D66 juicht borstklopperij over duurzaamheid van harte toe, maar graag met inhoud

Zin en onzin van toevoeging van een duurzaamheidsparagraaf aan het beeldkwaliteitsplan

Afgelopen donderdag heeft VVD een amendement ingediend bij het vaststellen van het beeldkwaliteitsplan Kazerneterreinen Simon Stevin en het college gevraagd om een duurzaamheidsparagraaf toe te voegen aan dit beeldkwaliteitsplan. Wat er in deze paragraaf moest staan was ongedefinieerd. Het ging alleen maar om het woord duurzaamheid. D66 en een grote meerderheid in de raad heeft tegen deze schertsvertoning gestemd.

Maar waar gaat een gemiddeld beeldkwaliteitsplan over? Volgens de eerste twee google hints (Agriwki en Architectenweb):

“In het beeldkwaliteitsplan worden eisen en aanbevelingen verwerkt om de kwaliteit van het aangezicht van een bebouwd gebied te waarborgen. Zo staan er bijvoorbeeld eisen geformuleerd over de gewenste stedenbouwkundige en architectonische vorm en structuur van (een gedeelte) van een stad of dorp. Ook kan er uitdrukkelijk een verband worden gelegd tussen de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en de karakteristieken en kwaliteiten van een gebied. Een kenmerkend landschap of een historisch gegroeide bebouwingsstructuur die voor de regionale of lokale identiteit van een gebied belangrijk zijn, zijn voorbeelden van zo’n te beschermen karakteristiek. Een beeldkwaliteitsplan is hiermee een visuele aanvulling op het bestemmingsplan voor dit gebied. Een beeldkwaliteitsplan is echter niet per definitie juridisch bindend. Dit hangt af van de manier waarop de gemeente het plan in haar beleid heeft ingebed.”

Dat een partij voor de ontwikkeling van Kazerneterreinen Simon Stevin aandacht vraagt voor duurzaamheid is niet nieuw. Maar hoort een duurzaamheidsparagraaf in het beeldkwaliteitsplan en heeft de toevoeging van een duurzaamheidsparagraaf (juridisch) toegevoegde waarde bij het vaststellen van het beeldkwaliteitsplan?

De raad stelde afgelopen donderdag het beeldkwaliteitsplan, en om nog specifieker te zijn een nieuw hoofdstuk in het vigerende beeldkwaliteitsplan Kazerneterreinen, nu alleen en specifiek voor de Simon Stevin kazerne vast. En dat is, zoals het ook letterlijk heet, een plan voor de beeldkwaliteit. En ja, het is ook een inspiratiebron en het helpt bij het verleiden van projectontwikkelaars. De gemeente Ede zal het als kader voor de uitgifte van grond gebruiken, maar ook voor de beoordeling van alle bouwplannen, nu en in de toekomst. Ook is het een toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Ede.

Maar veel van de overwegingen die door VVD werden genoemd hebben geen relatie met beeldkwaliteit. En daarin schuilt het theater voor de bühne. VVD stelde voor een duurzaamheidsparagraaf toe te voegen waarin dus allerlei aspecten moeten worden beschreven die geen relatie hebben met de beeldkwaliteit. Dit is niet waarvoor een beeldkwaliteitsplan bedoeld is.

VVD vroeg het college hoe dan wèl die duurzaamheidsambitie te realiseren.

Dat is op zich een merkwaardige vraag als je naar het partijprogramma van VVD kijkt en dat vergelijkt met het programma van D66. Of als je het convenant van het huidige college vergelijkt met het convenant van het vorige college, dat volgens dezelfde VVD door twee partijen geschreven was, namelijk de SGP en VVD.

In het Verkiezingsprogramma D66 Ede 2014-2018 heeft D66 een apart hoofdstuk, het hoofdstuk 10 Duurzaam Ede opgenomen. In het verkiezingsprogramma van VVD komen de woorden duurzaam, duurzame en duurzaamheid in totaal 3 keer voor! Onderaan deze blog staan alle citaten van beide programma’s over duurzaamheid achter elkaar.

In het geval van de Kazerneterreinen vraagt de gemeente bij de uitgifte van grond aan de markt om plannen met extra inzet op duurzaamheid. Duurzaamheid is een van de twee belangrijkste aspecten die meetellen in de selectie van een ontwikkelaar, naast de architectonische kwaliteit.

Gemeente Ede gebruikt daar het instrument “GPR-gebouw” voor, een methode om duurzaamheid te meten in een breder verband. Eigenlijk wat VVD ook met het amendement wil bereiken.

Duurzaamheid is meer dan alleen maar een energievraagstuk, het gaat ook over daglichttoetreding, wooncomfort, materialen en technieken, de openbare ruimte, de omgeving, de uitloopmogelijkheden, de toekomstvastheid. Allemaal aspecten die middels de GPR methodiek worden gewaardeerd in een duurzaamheids-score. En hoe hoger de score, hoe meer kans dat gemeente Ede die betreffende marktpartij selecteert om te mogen ontwikkelingen op de kazerneterreinen.

Maar heeft deze inspanning van het college resultaat opgeleverd?

In de eerste fase van de woningbouw op de kazerneterreinen werd (in 2013, toen de VVD aan de macht was in Ede) aan het project kazerneterreinen een eis opgelegd van een 10% scherpere EPC door de inzet van o.a. D66 vanuit de oppositie.

In de uitvraag aan de marktpartijen voor de tweede fase (dec 2014 – mei 2015) heeft Gemeente Ede aangegeven dat duurzaamheid – naast prijs en kwaliteit – een van de aspecten is die beoordeeld wordt door de selectiecommissie. Hierdoor is de markt uitgedaagd om nòg meer aandacht aan duurzaamheid te besteden. Het minimum aan duurzaamheidsambities heeft de gemeente in de uitvraag vastgelegd door in de randvoorwaarden te zetten dat elke inzending minimaal een 7 moet scoren op alle thema’s van de GPR-systematiek. Het resultaat is dat de 4 partijen die uiteindelijk geselecteerd zijn extra inspanningen leveren op het vlak van duurzaamheid en dat zij duurzaamheid breder interpreteren dan alleen de energievraag.

VVD wil dat het beeldkwaliteitsplan duurzaamheid uitstraalt. Maar dat doet dit plan in alle opzichten; er is goed over nagedacht, de opbouw is zodanig dat er een prachtige wijk ontstaat met een woon- en leefmilieu wat in alle opzichten duurzaam zal zijn: veel groen, veel ruimte, veel beleving van de natuur en dicht bij voorzieningen.

VVD vraagt om “water in de openbare ruimte”. De waterhuishouding is typisch iets voor de verdere uitwerking, het plan laat zien dat er goed is nagedacht over het omgaan met water. Voor de kazerneterreinen is al eerder door de raad besloten dat er een volledig gescheiden stelsel moet komen van vuilwater en regenwater. De gemeente legt een infiltratieriolering aan, en op de proefverkaveling is een groot opvangreservoir in de noordwesthoek waarin het regenwater dat niet op tijd infiltreert terecht kan.

VVD beweert onterecht dat dit plan geen oplossingen biedt voor de wijk in zonne-energie (stand van de woningen voor het opwekken van zonne-energie en een zo gunstig mogelijk daglicht toetreding in huis). Maar het maakt niet meer zoveel uit hoe de woningen exact staan, zeker niet voor het duurdere programma waarin de kavels groot zijn. Sterker nog, in dit plan is zoveel mogelijk nagedacht over de locatie van nieuwe bomen in de lanen versus de mogelijk schaduwhinder voor de nieuwbouw. Daarnaast is de bewering van VVD onterecht omdat eigenlijk de meeste woningen voor zonne-energie perfect gesitueerd zijn, veel woningen zijn noord-zuid georiënteerd, met een dakvlak pal op het zuiden.

VVD wil ook de mogelijkheden voor biogas en het warmtenet in het beeldkwaliteitsplan vastleggen. Dit is al helemaal een aspect dat niet thuishoort in een beeldkwaliteitsplan. Desalniettemin is in de profielen van de weg al rekening gehouden met ruimte voor een warmtenet. Momenteel onderzoekt de gemeente of dit deel van de wijk zelfs niet gas-loos gemaakt kan worden.

VVD wil in het beeldkwaliteitsplan vastleggen dat gerecycled materiaal moet worden gebruikt voor de inrichting van de woonomgeving. Ook deze wens hoort ook niet in het beeldkwaliteitsplan. Daarnaast is de grootste duurzaamheidsslag bereikt door uiteindelijk alle wegen op de kazerneterreinen te voorzien van een puinfundering, enkel bestaande uit puin afkomstig van de gesloopte gebouwen.

Daarom heeft D66 met overtuiging tegen het amendement van VVD gestemd. Borstklopperij van VVD over duurzaamheid juicht D66 van harte toe, maar graag met inhoud. Wat mij verbaast is dat de partijen die in hun verkiezingsprogramma’s wel ruim aandacht besteden aan duurzaamheid, zoals CU en GL/PE, dit soort schertsvertoning van VVD zonder enig inhoudelijk argument steunen.

 

Citaten uit Verkiezingsprogramma D66 Ede 2014-2018 over duurzaamheid

De gemeente moet een belangrijke rol spelen in het verduurzamen van de economie door duurzaamheid te laten meewegen in haar handelen.

‘Duurzaam aanbesteden moet de regel worden.’

De verkeersveiligheid blijft een punt van zorg in Ede. Het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is gemiddeld nog steeds hoog. Doden en zwaargewonden vallen vooral in het buitengebied. De sobere uitvoering van het Programma Duurzaam Veilig blijkt niet voldoende effectief te zijn. De noodzakelijke technische renovatie van de buitenwegen is de aangewezen gelegenheid om ook de verkeersveiligheid aan te pakken.

‘D66 wil het openbaar vervoer en het wegennet met name in de buitendorpen verbeteren. D66 wil meer en betere voorzieningen voor het fietsverkeer en een comfortabel en veilig fietsroute-netwerk met in het buitengebied waar mogelijk vrijliggende fietspaden.’

D66 pleit in dat kader ook voor het leggen van contacten met – veelal kleinere – bedrijven en organisaties als de Vereniging Eigen Huis, “groene” organisaties e.d., die makkelijker met beperkte groepen belangstellenden kleinschalige woningbouwprojecten aandurven met positievere lange termijn effecten.

‘Bij alle onderdelen van de woningbouw programmering moet duurzaamheid een grote rol spelen.’

Hoofdstuk 10 Duurzaam Ede

Ede kent een groot en mooi buitengebied, met belangrijke (historisch) landschappelijke waarden: het recreatief aantrekkelijke Bos- en Heidelandschap, het historisch waardevolle Engen- en Kampenlandschap en de openheid van andere landschappen zoals het Broek-, Heide- en Veenontginningslandschap. Belangrijke functies in het buitengebied zijn landbouw, recreatie en natuur. D66 zet in op het onderling versterken van deze functies en waarden. Dat kan door verschillende maatregelen/beleidslijnen.

‘D66 streeft naar behoud en zo mogelijk herstel van de unieke landschappen en de daarin levende natuur.’

Landschapsonderdelen moeten daartoe expliciet worden aangewezen. Sluit daarbij aan bij initiatieven van provincie, Gelders landschap, VCN, particulieren en dergelijke, om zo tot een efficiënte inzet te komen van de steeds schaarsere middelen;

‘Illegale bebouwing moet streng worden aangepakt.’

Maak daartoe een inventarisatie en geef daarin prioriteiten aan.

‘Ede moet inzetten op kleinschalige en duurzame recreatie (wandelen, fietsen en paardrijden alsmede kamperen bij de boer) en intensieve recreatie op enkele minder kwetsbare plekken concentreren, vooral bestaande recreatieparken. Het aantal grootschalige recreatieparken, kampeerplaatsen e.d. mag niet worden uitgebreid.’

‘In overleg met grondeigenaren, beheerders van natuurgebieden en anderen moet een begin worden gemaakt met een stelsel van “Public Footpaths” zoals die in Engeland bestaat.’

‘D66 zet in op meer duurzame landbouw.’

Daarmee wordt bijgedragen aan het versterken van de landschappelijke kwaliteiten en neemt de druk op de natuur af (door met name stikstofdepositie). Agrarische bedrijven in Ede moeten zich onderscheiden door toepassing van de modernste technieken om emissies te voorkomen en door stallen die qua identiteit, vorm en omvang passen in het landschap. De aanwezigheid van de WUR en de HBO-opleidingen op agrarisch gebied in Ede kunnen helpen daarvoor creatieve nieuwe oplossingen te verzinnen. Duurzame landbouw stimuleert ook de recreatie door het vermijden van te grootschalige bouw en door kleinschalige landbouw.

‘Daartoe is D66 voorstander van een convenant van bedrijven binnen de gemeente Ede, waarin afspraken worden gemaakt over hun bijdrage aan het oplossen van belangrijke milieu- en sociale problemen (zoals CO2-reductie, luchtkwaliteit, discriminatie, etc.) die samenhangen met hun activiteiten.’

Behoud van het groen in de stad en omringende dorpen moet weer centraal gaan staan, vanuit een besef dat groen een waarde op zich is. Daar mag niet op bezuinigd worden. Nu al worden te gemakkelijk, vooral ook in de dorpen, bomen gekapt waardoor het groene en dorpse karakter snel erodeert. Een beperkte gemeentelijke “bomenbank” en het opstellen van de regel ‘nieuw voor oud’ kan hier soelaas bieden.

‘D66 pleit ook voor meer visie en sturing op de transities die plaatsvinden in het buitengebied.’

De ongebreidelde woningbouw is ons een doorn in het oog. Een goede visie op de plekken en vormgeving van woningen in het buitengebied vormen de inzet van D66 hierbij.

De gemeente Ede moet veel sterker dan nu werken aan intensiever gebruik van duurzame energiebronnen.

‘De gemeente moet actief de inzet van duurzame energie stimuleren, eventueel via een op te richten gemeentelijk energiebedrijf.’

Ook kan nog op vele manieren het energiegebruik teruggedrongen worden bijvoorbeeld door kleine zonnepanelen op lantaarnpalen, verkeerslicht-installaties, “slimme” andere verlichting die alleen aangaat wanneer een weggebruiker in de buurt is, LED-verlichting e.d.. D66 vindt dat daarbij moet worden gezocht naar energiebronnen die aansluiten bij het gebied. Bio-energie lijkt daarmee, naast zonne-energie via dakoppervlakken, het meest aangewezen.

‘Bij de ontwikkeling van de kazerneterreinen zouden de ambities hoog moeten zijn voor een CO2-neutrale wijk’

D66 vindt dat Ede ook moet inzetten op een goede kwaliteit van de leefomgeving, een onderscheidende factor in ons vestigingsklimaat.

‘De gemeente moet streven naar een intensieve en doelgerichte samenwerking met de op te richten Regionale Uitvoering Dienst (RUD).’

Door concentratie van kennis en kunde kan de RUD meer kwaliteit leveren dan elke afzonderlijke gemeentelijke dienst, hoe gemotiveerd die ook moge zijn. Tevens kan dit bijdragen aan de versterkte handhaving van milieu en RO. Er mogen in het buitengebied geen nieuwe illegale situaties meer ontstaan.

‘De gemeente Ede moet nog meer doen aan het stimuleren van gescheiden inzameling van afval (voorlichting) en zo streven naar 75% scheiding van stromen.’

  • D66 wil daarmee tevens inzetten op mogelijkheden tot terugwinning van (schaarse) grondstoffen uit afval. Onderzocht moet worden of elektronica-afval separaat ingezameld kan worden.
  • D66 wil streven naar behoud en zo mogelijk herstel van de unieke landschappen en de daarin levende natuur
  • D66 wil economische ontwikkelingen niet frustreren maar zoveel mogelijk in harmonie met het vorige doel begeleiden
  • D66 wil niet bezuinigen op groenonderhoud
  • D66 wil meer duurzame landbouw stimuleren
  • D66 wil een duurzaam gebruik van hulpbronnen stimuleren
  • D66 wil een beleid gericht op het handhaven van de positieve kwaliteiten van de leefomgeving
  • D66 wil nader onderzoek naar nog intensievere scheiding van afval m.n. elektronisch afval.

 

Citaten uit verkiezingsprogramma van VVD over duurzaamheid

Het beleid in alle valleigemeenten moet erop gericht zijn om de vitaliteit van deze regio zichtbaar te maken in de vorm van duurzame, concrete maatregelen om de gezondheid van de mensen die hier wonen en werken voortdurend te verbeteren en op een hoog peil te houden.

Eigen bezit genereert voor potentiële bewoners extra prikkels om op betaalbaarheid, duurzaamheid en bouwkwaliteit te letten, woningen kritisch te wegen op energie en milieusparende aspecten (warmtepompen) en de kwaliteit van de leefomgeving (ontsluiting, veiligheid voor kinderen, groen, bereikbaarheid dagelijkse voorzieningen, vriendelijke en/of statusgevoelige uitstraling).

Bedrijven willen voor hun medewerkers een prettig woon en leefklimaat. In een omgeving die veilig en goed bereikbaar is, met een natuur- en kindvriendelijke uitstraling. Op locaties die duurzaam en betaalbaar wonen bieden, met een ruim aanbod aan sport en recreatie voorzieningen. In een gezellige stedelijke inrichting met een rijk scala aan winkels, horeca, musea, bioscoop- en theaterbezoek.